3D BAG · open data

Warmteverliesberekening voor jouw woning

Eén adres in, en het pand komt uit de landelijke 3D BAG: bouwlagen, geveloppervlak per windrichting, warmteverlies bij ontwerpcondities en zonopbrengst per dakvlak. Alles rekent op dezelfde geometrie, dus je kunt eronder aan de maatregelen draaien en het meteen zien meebewegen.

Wat deze berekening doet

De uitkomst is het vermogen dat je woning op de koudste dag nodig heeft: het transmissieverlies door gevels, dak en vloer, plus het ventilatieverlies, plus een opwarmtoeslag. Gerekend bij 20 graden binnen en −10 graden buiten. Je krijgt het in kilowatt en in watt per vierkante meter, en per vlak staat erbij welke U-waarde, welk oppervlak en welke temperatuurfactor gebruikt zijn. Dat laatste is het controlebestand: elk getal is na te rekenen.

Waar de maten vandaan komen

Uit de 3D BAG van de TU Delft, op detailniveau LOD 2.2. Dat is een landelijke reconstructie van elk pand uit luchtfoto's en de hoogtekaart, met per vlak de oriëntatie en de helling. Het gebruiksoppervlak komt uit de BAG, de bouwlagen volgen uit de pandhoogte. De som van de laagvolumes is gelijk aan het pandvolume, en dat staat zichtbaar in de uitkomst: klopt die som niet, dan hoort de rest ook niet vertrouwd te worden.

Waar de isolatiewaarden vandaan komen

Die zijn forfaitair op bouwjaar en niet gemeten. Een woning uit 1986 krijgt de Rc-waarden die in dat jaar gangbaar waren. Is er sindsdien geïsoleerd, dan valt de echte uitkomst lager uit dan wat hier staat. Het geregistreerde energielabel staat er daarom naast: wijkt dat sterk af van deze berekening, dan is dat het signaal dat er aan de woning gewerkt is.

Ramen, deuren en dakramen

In de BAG zit geen enkel raam en geen enkele deur. Zonder opgave rekent de schil met 18 procent glas over de gevels en een dichte kap. Meet je ze op, dan kun je per gevel en per verdieping het aantal en de maat invullen, en rekent dat vlak met jouw maat. Een buitendeur krijgt een eigen U-waarde, want een deurblad onder de Rc van de muur rekenen onderschat het verlies van die twee vierkante meter met een factor vijf tot tien.

Niet één getal voor het hele huis, maar per vertrek

Een warmteverliesberekening die op één getal voor de hele woning uitkomt, zegt niets over de radiator die je in de slaapkamer nodig hebt. De bouwlagen komen exact uit de geometrie: de som van de laagvolumes is het pandvolume. Binnen een laag wordt verdeeld naar een programma van vertrekken, elk met zijn eigen ontwerptemperatuur. Een hal op 15 graden verliest minder dan diezelfde ruimte op 20, en daarom is de som van de vertrekken niet gelijk aan het pandtotaal. Dat is geen rekenfout maar het gevolg van verschillende temperaturen; zet je alle vertrekken op dezelfde temperatuur, dan vallen de twee sommen exact samen.

De indeling zelf is een aanname, want de BAG bevat geen binnenwanden. Ken je je eigen woning, dan kun je de vertrekken zelf opgeven met naam, oppervlak of lengte maal breedte, en een hoogte. Wat je niet verdeelt blijft als restpost staan en wordt gewoon meegerekend, dus je hoeft niet het hele huis in één keer op te geven om een betrouwbare uitkomst te houden.

Wat de uitkomst betekent voor een warmtepomp

De grens die installateurs aanhouden voor lage-temperatuurafgifte op 35 graden ligt rond de 50 watt per vierkante meter. Zit je daaronder, dan kan een warmtepomp met vloerverwarming of lage-temperatuurradiatoren de woning warm houden. Zit je erboven, dan is isoleren of een grotere afgifte eerst aan de orde. Die grens staat per vertrek in de uitkomst, niet alleen voor het hele huis: één slecht geïsoleerde uitbouw kan de rest van de woning geschikt laten zijn.

Wat levert isoleren op

Acht maatregelen worden op dezelfde geometrie doorgerekend: spouwmuur na-isoleren, gevel na-isoleren, dakisolatie, vloerisolatie, HR++ glas, triple glas, balansventilatie met warmteterugwinning, en de ketel eruit met een warmtepomp erin. Per stap zie je de van-naar-waarde, het effect in watt en in procenten, en een bandbreedte voor de investering met de terugverdientijd erbij.

Belangrijker dan de losse besparingen is de volgorde. Maatregelen zijn niet bij elkaar op te tellen: isoleer je eerst het dak, dan levert de gevel daarna minder op dan hij los zou doen, want een deel van hetzelfde verlies is al weg. De berekening houdt dat cumulatief bij en zet de losse besparing ernaast, zodat te zien is welke stap méér waard is in combinatie dan alleen.

Waarom spouwmuurisolatie niet bij elk bouwjaar kan

Een spouw vullen kan alleen als er een spouw is. Woningen van voor ongeveer 1920 zijn doorgaans in massief steen gebouwd, en vanaf begin jaren tachtig werd de spouw al bij de bouw geïsoleerd. Daarom wordt deze maatregel alleen aangeboden bij een bouwjaar tussen 1920 en 1982; daarbuiten verdwijnt hij uit de lijst in plaats van een besparing te beloven die er niet is.

Dakvlakken: oppervlak, richting en hoeveel panelen erop passen

Elk dakvlak komt met zijn eigen oppervlak in vierkante meters, zijn azimut en zijn hellingshoek uit de 3D BAG. Dat is genoeg om te bepalen hoeveel zonnepanelen er werkelijk op passen: niet met een oppervlaktefractie, maar met een echte indeling in rijen en kolommen op de afmetingen van dat vlak. Dat verschil is groot. Op een dakvlak van 5,6 m langs de nok passen vijf panelen van 0,99 m naast elkaar maar vier van 1,13 m, en dat scheelt een vijfde van de opbrengst.

Een dakkapel of een schoorsteen wordt daarbij ontzien: die staat als eigen volume op het dakvlak, en er worden geen panelen onder gelegd. Dakramen die je zelf opgeeft blokkeren hun plek ook. De opbrengst is gerekend op 950 kWh per kWp bij optimale stand, gecorrigeerd voor de werkelijke richting en helling van dat vlak.

Van warmteverlies naar gasverbruik en kosten

Het vermogen op de koudste dag is niet wat je op je rekening ziet. Voor het jaar wordt de graaddagenmethode gebruikt met 2.800 graaddagen, plus 2.400 kWh voor warm tapwater. Bij een gasketel wordt gerekend met 9,77 kWh per kubieke meter aardgas en een ketelrendement van 95 procent; bij een warmtepomp met een SCOP van 4,0 voor lage-temperatuurafgifte, 3,0 voor hoge temperatuur en 2,6 voor tapwater.

De tarieven staan op peildatum juli 2026: 1,30 euro per kubieke meter gas en 0,30 euro per kilowattuur stroom. Die staan er altijd bij, want een bedrag zonder peildatum is over een jaar onbruikbaar. Bij een overstap van ketel naar warmtepomp krijg je beide kanten apart: hoeveel kubieke meter gas vervalt en hoeveel kilowattuur stroom erbij komt. Dat zijn verschillende eenheden en die worden niet als één besparing gepresenteerd.

Meenemen naar je eigen installateur

Het model is te downloaden als IFC4-bestand: een open standaard die elk bouwkundig en installatietechnisch pakket kan inlezen. Elk vlak komt daarin als element mee, met het oppervlak, de oriëntatie, de helling en de aangenomen dikte in een eigen eigenschappenset. Daarnaast is er de volledige uitkomst als JSON, met per vlak de U-waarde, het oppervlak en de temperatuurfactor waarmee gerekend is.

Dat is het punt van deze tool: niet het rekenen kost de uren, maar het opzetten van het model. Wie er beroepsmatig mee werkt, heeft in twintig seconden de geometrie, de gevels per oriëntatie, de vertrekken en de condities staan, en zet daar zijn eigen waarden en zijn eigen naam onder.

Wat dit niet is

Dit is geen NTA 8800-berekening en levert geen energielabel. Het is ook geen vervanging van een opname ter plaatse: de isolatiewaarden zijn een aanname op bouwjaar, de vertrekindeling is een aanname omdat de BAG geen binnenwanden bevat, en de geometrie is een reconstructie en geen inmeting. Wat het wél is: een controleerbaar vertrekpunt dat in twintig seconden staat, met elk uitgangspunt zichtbaar erbij, om mee naar een installateur te nemen.

Vragen

Veelgestelde vragen over de warmteverliesberekening

Ja, volledig, en zonder account. Vul postcode en huisnummer in en de berekening staat er. Je kunt het model ook als IFC4-bestand en als JSON downloaden om mee te nemen naar je eigen installateur of rekensoftware.
De geometrie is nauwkeurig: oppervlakken, oriëntaties en hellingen komen uit de 3D BAG en de som van de bouwlagen is gelijk aan het pandvolume. De isolatiewaarden zijn dat niet: die zijn forfaitair op bouwjaar. Is er na de bouw geïsoleerd, dan valt het echte verlies lager uit. Daarom staat het geregistreerde energielabel ernaast als tegenwicht.
Ja. Klik een gevel of dakvlak aan in het 3D-model en zet er ramen, deuren of dakramen in, per verdieping en met je eigen maten. Vertrekken kun je zelf indelen met naam, oppervlak en hoogte; wat je niet verdeelt blijft als restpost staan en wordt gewoon meegerekend.
De vuistregel is 50 watt per vierkante meter voor afgifte op 35 graden. De berekening geeft dat getal voor het hele pand én per vertrek, zodat je ziet welke ruimte de beperking is. Ook staat erbij wat isoleren aan dat getal verandert, en wat de overstap van ketel naar warmtepomp per jaar doet met gas en stroom.
Nee. Een energielabel mag alleen een gecertificeerd adviseur afgeven na een opname ter plaatse, volgens NTA 8800. Dit is een indicatieve berekening op de landelijke 3D BAG met alle uitgangspunten zichtbaar erbij, bedoeld als vertrekpunt en als controlebestand.
Voor elk pand dat met 3D-geometrie in de 3D BAG staat, en dat is de grote meerderheid. Nieuwbouw van na de laatste inwinning kan er nog niet in staan, en een pand waarvan de reconstructie is afgekeurd ook niet. In dat geval zegt de tool dat, in plaats van een getal te verzinnen.